| |
|
|
| |
| Schilderen is voor Jan Duinker (1949) meer strijd dan zijn harmonieuze, kleurgevoelige schilderijen doen vermoeden. Duinker voert een voortdurend gevecht om de kakofonie van het leven om te zetten in geconcentreerde stilte. Hij gaat de visuele vervuiling van de moderne maatschappij te lijf door deze terug te brengen tot zorgvuldige gecomponeerde sonates van vorm, kleur en licht. Bij Jan Duinker geen harde countouren of felle kleuren. De vormen worden bepaald door kleurvlakken die diffuus in elkaar overgaan. Deze mildheid van vorm, gecombineerd met een sober, soms zelfs monochroom kleurgebruik, brengt de ziel op een vibratieniveau dat menig beschouwer als een droom zal ervaren. Jan Duinker leert het gevoel kijken. We zien niet de werkelijkheid, maar de emotionele verschijningsvorm ervan, ontdaan van haar aardse hardheid. En dat laatste kan allen maar het resultaat zijn van een intensief proces. Duinker bedwingt de weerbarstige realiteit als een rodeo – met een voortdurend gevoel van vallen en opstaan – maar uiteindelijk brengt hij haar met kracht tot kalmte.
|
| |
|
|